Uit Orgelwiki
Versie door JanR (overleg | bijdragen) op 18 mrt 2022 om 23:01
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
het Hammond orgel
Merk Hammond -
Type Hammond B3
Kleur Noten

Bijzonderheden van het orgel
Speciaal -

ga naar Hammond modellen A t/m E
ga naar Hammond modellen F t/m K
ga naar Hammond modellen L t/m P
ga naar Hammond modellen R t/m X

Inleiding

De geschiedenis van het orgelmerk Hammond begon in de jaren dertig, toen ingenieur en uitvinder Laurens Hammond (1895-1973) de toonwielgenerator uitvond. Het patent werd in 1934 geregistreerd. Een jaar later verscheen het eerste orgel dat rond een toonwielgenerator was gebouwd: de Hammond A.

De werking van toonwielen

De toonwielgenerator van Hammond bestaat uit een aantal assen waarop in totaal 91 tandwielen zijn bevestigd. Door zo'n tandwiel met behulp van een synchroonmotor in beweging te brengen kan in een naastgelegen spoel een wisselend magnetisch veld worden opgewekt. Het signaal van deze sinusvormige spanning wordt vervolgens versterkt totdat er een toon ontstaat. Een complete toonwielgenerator kan op deze manier 91 sinustonen voortbrengen.

Tot in de vroege jaren zeventig waren vrijwel alle orgels van Hammond uitgerust met een toonwielgenerator. Daarna stapte Hammond over op de nieuwere LSI-techniek, zonder toonwielen. Het klankverschil tussen beide technieken is echter goed te horen. Tegenwoordig zijn Hammondorgels volledig digitaal. Omdat menigeen zweert bij de klank van een toonwielorgel worden de karakteristieke klankeigenschappen zeer nauwkeurig nagebootst. Men spreekt dan ook wel van toonwielklonen of 'kloonwielorgels'.

Het drawbarsysteem

De sinustonen die een Hammondorgel produceert worden gemengd met behulp van drawbars: schuifjes met ieder acht standen. Is zo'n schuifje weinig uitgetrokken, dan klinkt de toon zacht. Bij een volledig uitgetrokken drawbar klinkt de toon op zijn hardst. De grotere Hammondorgels hebben vier groepen van negen drawbars (twee groepen voor het onderklavier en twee groepen voor het bovenklavier).

Een groep van negen drawbars is als volgt opgebouwd: 16', 5-1/3, 8', 4', 2-2/3', 2, 1-3/5, 1-1/3', 1'. De voetmaten corresponderen met de pijplengte op bijvoorbeeld kerkorgels. De 8' drawbar zorgt ervoor dat de toonwielgenerator een grondtoon laat horen. Met de overige drawbars kunnen tonen worden toegevoegd. Alle tonen verhouden zich geheel harmonisch tot elkaar. Met de drawbars rechts van de 8' drawbar worden boventonen (harmonischen) toegevoegd. De drawbars links van de 8' drawbar vertegenwoordigen de subharmonischen. Middels het drawbarsysteem kunnen de door de toonwielgenerator opgewekte sinustonen op allerlei manieren worden gemengd, zodat er een enorme hoeveelheid klankkleuren mogelijk is. In feite is dit mengen van tonen een zeer eenvoudige vorm van additieve klanksynthese.

Uitvinding van de vibratoscanner

In tegenstelling tot wat men zou verwachten, is Laurens Hammond niet de uitvinder van de vibratoscanner, een speciaal mechanisme waarmee de meeste toonwielorgels vanaf 1945 werden uitgerust. De uitvinder was John M. Hanert. Hij was in die periode een invloedrijk ingenieur van de Hammond Company. In totaal deed Hanert zeventig uitvindingen, waarvan de patenten op naam van Laurens Hammond kwamen te staan. In die tijd was het vrij gebruikelijk dat uitvindingen van een werknemer (Hanert) op naam van de werkgever (Hammond) kwamen.

Hammond en Leslie

Hammondmodellen

Voor een overzicht van de verschillende modelseries verwijzen we je naar de infobox rechts bovenaan aan deze pagina. Hier zijn de links naar een aantal vervolgpagina's te vinden.